01/24/14

De Steeplechase

steeplechase kleinEen opmerkelijk onderdeel binnen de atletiek wordt gevormd door de Steeplechase. Dit onderdeel, waarbij de lopers 3000 meter met verschillende barrières moeten overbruggen, is een speciaal onderdeel in de atletiekwereld. Bij de Steeplechase is een combinatie van kwaliteiten nodig om het juist uit te voeren.

Paarden als inspiratie

In 1850 werd de Steeplechase bedacht. Een aantal studenten van de universiteit van Oxford sloten een weddenschap af. Ze bedachten een wedstrijd waarbij de lopers hindernissen tegenkwamen die veel leken op de hindernissen waarmee werd gewerkt bij paardenraces. De lopers kregen daarbij gewichten mee om het lastiger te maken om over de riviertjes en de diverse obstakels te springen. In 1879 werd dit onderdeel toegevoegd aan atletiek kampioenschappen in Engeland. Pas in 1954 werd een reglement vastgesteld door de atletiekfederatie voor de Steeplechase.

De opzet van de Steeplechase

Bij de Steeplechase wordt gebruik gemaakt van een 400 meter baan. De afstand van de Steeplechase is 3000 meter, zowel voor de mannen als de vrouwen. Tijdens de race komen de atleten hordes en een waterbak tegen. De afstand tussen de hordes bedraagt daarbij 78 meter. De waterbak kreeg een afmeting van 3.66 meter lang en werd standaard 0,70 meter diep.

Het verschil met hordelopen

Naast de waterbak, zijn ook de hordes bij Steeplechase anders dan bij het hordelopen. De hoogte van de hordes is identiek, maar de afstand tussen de hordes is groter. De hordes bij Steeplechase zijn echter zwaarder, dikker en breder. Dit is om te voorkomen dat ze omvallen zodra hij geraakt wordt.

Veel lichamelijke kwaliteiten nodig

De Steeplechase vraagt om speciale kwaliteiten van de atleten. Een combinatie van uithoudingsvermogen, kracht en souplesse zijn nodig om de Steeplechase tot een goed einde te brengen. Dit vraagt veelzijdigheid van de atleten en maakt de Steeplechase een spectaculair onderdeel.