Londen 2012: vier wereldrecords atletiek

Het olympische atletiektoernooi in Londen heeft vier nieuwe wereldrecords opgeleverd. Op een totaal van 47 onderdelen is dat niet overdreven veel. Bij het zwemtoernooi werden op 34 onderdelen acht wereldrecords gebroken. Het ziet ernaar uit dat het steeds moeilijker wordt om in de atletiek een wereldrecord te vestigen.

Twee individuele wereldrecords
Twee individuele atleten werden olympisch kampioen met een nieuw wereldrecord. De Keniaan David Rudisha bracht op de 800 meter zijn eigen record op een indrukwekkende tijd van 1.40.91. Hij is duidelijk een groot talent, want voordat hij in 2010 begon het wereldrecord aan te scherpen was dat sinds 1997 niet meer gebeurd.

Minder in de publiciteit was het wereldrecord op de 20 kilometer snelwandelen van de Russische Jelena Lashmanova van 1u52.02.

Twee wereldrecords estafette
Bij de 4×100 meter estafette voor mannen waren het Usian Bolt, Yohan Blake Michael Frater en Nesta Carter die namens Jamaica met 36.84 een eigen record uit 2011 verbeterden.

Het meest spectaculair was echter het record van de Amerikaanse dames op de 4×100 meter. Tianna Madison, Allyson Felix, Bianca Knight en Carmelita Jeter verpulverden met 40,82 een 27 jaar oud record met wel 0,55 seconden.

Waarom zo moeilijk?
Waarom is het zo moeilijk in de atletiek records te breken? Waarschijnlijk is dat een combinatie van twee factoren.

  • De grenzen van wat mogelijk is worden steeds dichter genaderd. Daardoor lukt het bijna alleen unieke talenten als Usain Bolt of David Rushida die grenzen toch weer te verleggen.
  • Atleten zijn erg afhankelijk van de omstandigheden. Het weer en de conditie van de baan kunnen een record mogelijk dan wel onmogelijk maken.

Het maakt dat er relatief weinig kansen zijn op het vestigen van een wereldrecord. Het maakt echter ook dat een nieuw wereldrecord extra bijzonder is.